Financiële compensatie bij kap van houtopstand als gevolg van uitvoering ruimtelijke plannen

Op 24 januari a.s. is op de Raadscommissievergadering B&V de Collegebrief (d.d. 20-12-2017) geagendeerd die gaat over de interpretatie van de Collegebrief (d.d. 31-03-2017) betreffende de financiële compensatie bij kap van houtopstand als gevolg van uitvoering ruimtelijke plannen.

(foto: MOs810 – Wikimedia)

Tot mijn verbazing is er kennelijk geen input geweest vanuit de Raadsfracties en zal de brief als tka worden afgedaan. Dit betekent dat de inhoud van de brief voorlopig beleidsbepalend zal zijn als er verder niets gebeurt. Verbazend, omdat mijns inziens de interpretatiebrief nog niet alle onduidelijkheden wegneemt en dus interpretatieruimte overlaat en wat erger is ook nog eens de duimschroeven voor bomen extra aandraait.

Tijdens de Commissievergadering destijds dook bij de behandeling van het compensatiereglement een kennelijk interpretatieverschil op tussen de portefeuillehoudende wethouder (J. van Keulen) en enige fracties.

Fracties brachten naar voren dat sinds de groenstructuurvisie (Groene Pepers) er bij kap volgens de verhouding 1:1 wordt herplant.
Deze regel wordt ook steeds trouw formeel en geruststellend bevestigd. In de praktijk echter van alledag en lokaal blijkt de regel overigens eerder uit te pakken in de richting van meer kap dan herplant. Meestal wordt er boekhoudkundig gecompenseerd en staan er potentieel bomen (op papier) in reserve om ooit ergens geplant te worden (in een weiland op een kluitje).

De vraag van fracties was waarom de bomen die zouden sneuvelen bij de ruimtelijke plannen in het Stadspark niet volledig gecompenseerd werden.
De wethouder gaf aan dat er juist door de kap aan de vijver mooie en kwalitatief betere ecologie zou ontstaan en waarom zou je dan ook nog eens daartoe gesneuvelde bomen extra vergoeden. Er was juist door de kap meerwaarde ontstaan.

Fracties brachten in dat bomen ook andere functies hebben dan ecologische, wat een sterk argument was. Er is in Groningen groenbeleid, natuurbeleid en separaat bomenbeleid. Er is overigens geen beleid voor struiken, die zijn grotendeels uitgefaseerd. Toen ik ooit een vorige directie Stadsbeheer daar naar vroeg, antwoordde zij: dat is ons beleid, waarop ik vroeg waar dat op papier was te traceren, want beleid moet toch toetsbaar zijn, sprak zij de memorabele woorden: niet opgeschreven, want (niet rendabele) bosjes en struikjes weghalen is al jarenlang onze gewoonte.
De gemeente heeft een verbrokkeld stedelijk groen- en natuurbeleid en het stadsecologisch ‘Doelsoortenbeleid’ en ‘Sterke Stammen’ lijken daarin elk hun eigen weg te gaan terwijl het in beide gevallen om stedelijke natuur gaat, zij het in verschillende maten en kwaliteiten.
Vanwege het dwingende en expansief ruimtelijk beleid (rood) mag geen boom (groen) door de mazen van het dichtgetimmerde compensatieschema glippen en een belemmering vormen voor de sectie (vol)Bouwend Nederland.
Vanuit krampachtig gecontroleerde compensatie wordt het zwaar aangeklede kapbeleid ingericht dat op zijn beurt een onderdeel is van een afwezig beplantingsbeleid, dat weer afgeleid zou moeten zijn van het stedelijk natuurbeleid.

Je zou de omgekeerde route wensen. Geen wonder dat er tegen deze onlogische aanpak opkomend verzet is.

Met Tjallingii (Ecopolis) zeg ik: denk in termen van drie grootheden: de natuur, de mens, de stad. Ook wijlen Van der Laan (A’dam) zei het in ‘Zomeravondgasten’ goed en in goede volgorde:
zorg goed voor de mensen en zorg goed voor de stad.

Met andere woorden zou ik tegen de beleidsmakers willen zeggen: begin met een integrale natuurvisie voor de mens in de stad, Groene Pepers is een mooie aanzet, leidt daar een royale beplantingsstrategie uit af, ook gericht op fauna, trek stadsecologische aanpak vanuit de hoofdaders (SES) door naar de haarvaten (wijk en straat) en als er wat gekapt moet worden herstel de schade.
Stadsbeheer mag het uitvoeren, daar zijn ze goed in en op ingericht, maar til het natuurbeleid qua ontwikkeling, ontwerp beheer, monitoring en educatie naar een hoger ambtelijk plan onder eigen directoraat.
Troon kinderen niet mee naar een dure (te bouwen?) etalagekast van gemeentelijk natuurbeleid, maar laat ze de natuur bij huis en school beleven en onderwijzen. Is ook goedkoper. Het Plantsoen dreigt te bezwijken onder het delen van functies (natuur en cultuur). Natuur moet volgens de laatste Rijksnota Natuur vooral benut worden. Het Stadspark biedt uitkomst en wordt opengebroken tot ook dat door grote evenementen en volksvermaken gaat worden uitgewoond. Weg vogels, weg eekhoorns, weg idylle.

Terugkomend op de aanleiding voor dit schrijven het volgende.
Uiteindelijk zegde de wethouder tijdens de vergadering van de Raadscommissie B&V van 14 juni 2017 toe dat de bomen die voor fysieke waterwerken zouden worden gekapt (uit mijn hoofd 9 stuks) zouden worden gecompenseerd. Ook werd besloten dat het College zou komen met háár interpretatie van de financiële groencompensatieregeling. Wie de interpretatiebrief tot zich neemt, moet constateren dat het voor een boomwaarde spitsroeden lopen is om veilig uit de opgelegde dwangbuis te ontsnappen.

Er moet om te mogen compenseren en een herplantplicht op te kunnen leggen, achtereenvolgens sprake zijn van:
• een ruimtelijk plan (er wordt geen definiëring gegeven alleen een paar voorbeelden)
• de activiteit mag niet binnenplans zijn (binnen het bestemmingsplan vallen)
• er mag geen sprake zijn van onderhoud (dus bij een plan als vervanging riolering behoeven de te kappen bomen in de straat niet na de klus vervangen te worden door nieuwe)
• er wordt alleen kwantitatief 1:1 (bij bomen) gecompenseerd (de kwaliteit van de houtopstand doet niet ter zake, want zou niet te meten zijn)

Het lijkt wel een fiscaal spoorboekje: ga eerst naar k en als dat niet van toepassing is ga terug naar b; daarna naar pag. 403 (als u ouder bent dan 55 terug naar pag. 46) en zet uw handtekening bij x.
Tandenknarsend.

Ook het volgende citaat geeft te denken:

‘Wanneer geldt de groencompensatieregeling en herplantplicht niet?
Er zijn uitzonderingen. De groencompensatieregeling en herplantplicht gelden niet als:
• houtopstand moet verdwijnen door onderhoudswerkzaamheden;
• aanplant volgens het bomenstructuurplan ongewenst is;
• de houtopstand overlast veroorzaakt.
In deze gevallen wordt er wel een uiterste inspanning verwacht om de houtopstand te handhaven of te compenseren’.

Dit betekent dat de roemruchte 1:1 compensatie uit ‘Groene Pepers’ (die al een beperkte tegemoetkoming op zichzelf is (grote boom vellen voor plant van nieuw kleintje) nog verder wordt uitgekleed:
• overal waar ‘Sterke Stammen’ geen of weinig houtopstand dicteert en nu nog wel wat staat, daar wordt deze categorie ofwel gekapt of via natuurlijk verloop uitgefaseerd; geen herplant daar
• bij onderhoudswerkzaamheden, riolering, bekabeling, etc. indien er bomen verdwijnen, jammer dan ……. bidden en smeken of ze terug mogen komen.

Kijkend naar het project Stadspark waar de discussie zich op toespitste, is het dus de vraag of de werkzaamheden daar louter onderhoud zijn (zoals de interpretatiebrief stelt) of dat het wel degelijk om een ruimtelijke ontwikkeling gaat.
Met een blik op ook de bijdrage van het waterschap is te zien dat waterberging en -buffering en schoon water de primaire doelen zijn en dat daarbij een vijver met bladinval uit den boze is. Waarschijnlijk is het aan het waterschap de vijvers schoon te houden met kosten van dien.
De inbreng van ecologische waarde door daartoe de oevers overeenkomstig in te richten is dus bijvangst.
Het primaire doel is de waterhoeveelheid op peil te brengen en te houden ter vermijding van stank en dergelijke (waar de bomen van kunnen meeprofiteren) en de aanstormende hoeveelheden water na hoosbuien uit de stad op te kunnen vangen.

De financiële compensatieregeling is al aangekondigd in de groenstructuurvisie ‘Groene Pepers’ (2009). Kennelijk moest eerst de brok in de economische keel (recessie vanaf 2008) worden verwerkt om de regeling te effectueren.
Compenseren i.h.a. is na het veroorzaken van een wond, daar met excuus een pleister opplakken.
Die tegemoetkoming kan beperkt blijven tot een gebaar ofwel de verloren waarde wordt in z’n geheel inclusief bos bloemen hersteld. In het Groningse is het vooral pleisters plakken.

Wie ‘Groene Pepers’ nog eens doorleest ervaart een verademing ten opzichte van de nogal benepen wijze waarop met houtopstand (bomen en ander groen in de stad) procedureel en in de praktijk wordt omgegaan.
De moeizame compensatieregeling met allerlei beperkingen, mitsen en maren is daar een typisch voorbeeld van. De onlangs afgekondigde grootscheepse vergroening van het stedelijk milieu spreekt een andere taal. Het resultaat moet worden afgewacht.
De vraag is ook: wat verstaat de gemeente onder stad. Welk oppervlak is bedoeld.

‘Groene Pepers’ onder supervisie van de vorige stadsecoloog (W. Veldstra) vatte het bondig samen.
Het dilemma is om enerzijds de (binnen)stad compact te houden en dus vol te bouwen, om de groene (natuurlijke?) ruimte daarbuiten open en intact te houden, maar tegelijkertijd de stadsmens toch een groene (wel)beleving mee te kunnen geven.
Vandaag de dag, is de stad, beter gezegd het stedelijk gebied dat onder supervisie van Grote Markt 1 valt eerder een vluchtoord voor natuur, op de loop voor de agro-woestenij daarbuiten.
Des te meer verantwoordelijkheid om dit stedelijk gebied met kansen voor natuur te overladen.
Waarom dáár niet een pronkjewail van te maken. Dat zou het prestigieuze klimaatcentrum vast ook waarderen. Een museum dat in het water staat hebben we al en straks ook veel bekijks voor een Forum dat aan alle kanten scheef staat en is en nog maar te zwijgen van een snelweg met een dak erop.

In hoog tempo jast de gemeente nu en straks een groot aantal plannen door de agendaroosters.
In al die plannen (huiskamer binnenstad, adaptatie, next city, omgevingswet, evaluaties van kap en ecologie?, compensatie Eelde, etc., etc.) surft ook steeds natuur- en beplantingsbeleid mee, maar zeer verbrokkeld en dus ontstaat een onoverzichtelijke lappendeken met veel loshangende draden.
Kleine onderdeeltjes worden blindelings ten opzichte van het geheel afgevinkt en wat als alles klaar is en het geheel zichtbaar wordt …… dan ontvouwt zich een verrassende ontknoping gestuurd door beleid vanuit een afwezig integraal eenduidig concept.

Er is nog veel meer onderbouwd te mopperen, maar dat bewaar ik voor even later.

Vooreerst dank voor uw aandacht en een welgemeende groet,

Eppo M. Vroom

P.S. Het verschijnsel boom en de constructie houtopstand worden in de ‘Beleidsregels APVG vellen van een houtopstand 2017’ niet meer gedefinieerd. Waarom niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
27 − 3 =