Koe zoekt boer. Hoe op het platteland niet alleen de insecten verdwijnen, maar ook de boeren

De overheid werkt er al jaren aan mee om het agrarische gezinsbedrijven moeilijk te maken. Het zinnetje uit het nieuwe regeerakkoord: “Er komt een bedrijfsovernamefonds waaruit jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren” maakt nieuwsgierig, maar doet het ergste vrezen.

Kirsten de Wrede, fractievoorzitter Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Groningen

Begin oktober waarschuwde opiniemaker en agrariër Doeko van ’t Westeinde in Noordzaken van RTV Noord dat investeringsbedrijven klaar staan om het platteland over te nemen. Hij stelde dat schaalvergroting ook een positieve kant had: investeringen zouden zich eerder terugverdienen naarmate een bedrijf groter is. Dat mag zo lijken, maar pakt vaak anders uit.

Wat begonnen is in de varkenshouderij, lijkt zich in alle sectoren van de landbouw te voltrekken. Onder leiding van de banken en zonder enig protest van een overheid, worden kleine boeren gedwongen te stoppen of juist om (veel) te groeien. Na die grote schuur, moet er ook nog een dure dorsmachine komen en ander groot materieel. Door deze fuik van investeringen zijn bedrijfsovernames en opvolging moeizaam. Er zit immers voor miljoenen aan kapitaal in het bedrijf.

De Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) adviseerde in 2006 een verdere toename van het aantal megabedrijven te stimuleren. Dit zou een negatieve invloed hebben op de werkgelegenheid in de agrarische sector, maar met het oog op de concurrentiekracht van de Nederlandse landbouw zou de ontwikkeling goed zijn. Ten koste van gezinsbedrijven. In Groningen is het aantal melkveehouderijen teruggelopen van 1139 in 2000 naar 894 in 2016 en dat zijn cijfers die vergeleken met landelijke nog best meevallen.

De situatie onder agrariërs is dermate ernstig dat er in 2014 een folder is gemaakt voor hulpverleners en erfbetreders: “…Verder heeft een verschuiving plaatsgevonden van arbeidsintensieve naar kapitaalintensieve productie. Heel veel agrariërs hebben veel geld geleend, waardoor ze eerst flink moeten aflossen voordat ze zelf iets kunnen gaan verdienen….” Steeds minder arbeid op land- en tuinbouwbedrijven wordt verricht door familie. Een paar weken geleden werd in Frankrijk een speciale dienst gehouden voor de honderden boeren die daar jaarlijks zelfmoord plegen. In Nederland worden geen statistieken bijgehouden, maar de vele gevallen van dierverwaarlozing en de financiële en sociaal- psychische problemen van veel boeren hangen zonder twijfel met elkaar samen.

Dat steeds meer boeren op het platteland verdwijnen, maakt de “agrarfrage” van Marx, tot welke maatschappelijke klasse de boerenbevolking behoort, relevanter dan ooit. Met de mechanisatie van de landbouw zijn boerenarbeiders grotendeels verdwenen en zijn heel nieuwe arbeidsverhoudingen ontstaan. Marx voorspelde dat monopolyvorming door kapitaalaccumulatie de boerenbevolking tot landbouwarbeiders zou maken. Ons platteland lijkt inderdaad in handen te vallen van investeerders en banken. Ruud Huirne van de Rabobank schreef vorig jaar dat een derde van de Nederlandse melkveehouders onder begeleiding van Bijzonder Beheer stond. De Rabobank zou aansturen op een sanering van de zuivelsector. ‘Toekomstgerichte ondernemers’ moeten volgens Huirne vooruit worden geholpen, de zwakke spelers zouden beter met hulp van de overheid en de Rabobank hun bedrijf “liquideren”.

De bedrijven die overblijven zijn niet alleen groter, maar vaak ook meer op zichzelf gericht en van hun omgeving losgezongen. Volgend voorjaar neemt de gemeente Vlagtwedde een besluit over de megastal van Buys. Buys is een Brabantse ondernemer met verschillende landbouwbedrijven. Hij wil een stal met zo’n 2000 koeien beginnen in Vlagtwedde en zal dan zo’n 350 hectare land in bezit hebben. Buys is het prototype van de nieuwe agrarische ondernemer, die niet gericht is op continuïteit van het bedrijf en op de lokale gemeenschap, maar slechts op winstmaximalisatie.

De dans van gedwongen schaalvergroting kan echter ontsprongen worden, zo toont de jonge biologische boer Jaring Brunia, een nieuwkomer in de Duurzame Top 100. Hij koopt geen veevoer, geen kunstmest en geen antibiotica. Dat laatste zou het zelf herstellende vermogen van de koe maar belemmeren. Hij heeft ook geen tractor en geen maaimachine, want: “Mijn koeien kunnen grazen”. Met zijn 60 koeien verdient hij dik boven het gemiddelde in de melkveehouderij. Bovendien werkt hij in harmonie met de natuur, iets dat hard nodig is, gezien de alarmerende situatie rondom de biodiversiteit op het platteland. Het wordt tijd dat de gevolgen van het jarenlange landbouwbeleid dat gericht was op schaalvergroting en intensivering, niet alleen onder ogen worden gezien, maar ook tot een maatschappelijke discussie gaan leiden.

Kirsten de Wrede, fractievoorzitter Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Groningen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
17 × 2 =