Escargots van het Groningerland (deel-1)

Escargot is de Franse benaming voor slak. Deze landslak komen we, naast het kleinere exemplaar in de achtertuin, steeds meer tegen op menukaarten in onze eetcafés en restaurants. Zelfs in het vriesvak van de buurtsuper liggen ze kant-en-klaar, gevuld met kruidenboter, op een zilverfoliebordje te wachten op liefhebbers van deze exclusieve doch enigszins curieuze delicatesse. Maar waar komen deze ogenschijnlijk slijmerige beestjes vandaan?

_DSC9145In de provincie Groningen ligt op de scheidingslijn van de gemeenten Zuidbroek en Noordbroek, in het Groningse Oldambt, het bedrijf van een ambitieuze onderneemster. Verscholen naast de stallen van hun veebedrijf heeft Mieke Bos haar eigen slakkenkwekerij, genaamd Bos-Carabain Escargots. Een tunnelkas van ongeveer 9 bij 20 meter, noeste arbeid, geduld en een hoop liefde leveren in totaal ongeveer 40.000 ecologisch gekweekte escargots op per jaar die gretig afname vinden in de horeca.

Voor veel mensen is deze curieuze specialiteit misschien wel een reden om de neus op te trekken maar in de wat dichtbevolkte gebieden van ons land denkt men wat meer met een open mind en kan men de escargots veel meer waarderen. De unieke combinatie van de aardse smaak van de slak met een sterke smaak als ui, mierikswortel of knoflook laat bij menig Bourgondiër het water in de mond lopen.

Geschiedenis

De uit Den Haag afkomstige Mieke Bos werd verliefd op een Groningse veeboer. Trouwde, kreeg kinderen en werkte naast haar fulltime baan in een tuinbedrijf ook nog eens als gemeenteraadslid in de avonduren. Na acht jaar van hectiek besloot Mieke het roer om te gooien. Minder stress, meer bij huis en toch aan het werk zodat ze haar politieke carrière voorlopig ook nog kon blijven voortzetten.

_DSC8942In 2007 zag Mieke op TV een aflevering van KRO’s De Reünie met Rob Kamphues. Eén van de dames in de klas had het over het kweken van slakken. Dat was de trigger. Ze kocht meteen boeken over slakken, een eindscriptie van een Belgische professor en verdiepte zich in de slakkenmarkt en de helicicultuur. Er waren maar drie bedrijven in heel Nederland die zich hiermee bezig hielden. In Brabant, Zeeland en Zutphen.

Het idee was dus geboren en werd al snel gerealiseerd. Marieke toog naar haar Brabantse collega om daar haar eerste vijf kilo Helix Aspersa Gros Gris (ca. 300 slakken) op te halen. Slakken zijn trouwens tweeslachtig – hermafrodiet – dus zowel mannetje als vrouwtje, maar dat even terzijde. Achter het woonhuis werden eerst 8 houten kratten geplaatst waar de beestjes zich meteen thuis voelden en al snel puilde het uit van de slakken. De vergunning voor de grote tunnelkas werd aangevraagd bij de gemeente. 10 mei 2008 was de slakkenkwekerij een feit.

Het kweken

In de wintermaanden verhuizen de slakken naar de nabijgelegen stallen in een speciale voor de slakken ingerichte ruimte die op minimaal 7 graden wordt gehouden. Slakken kunnen niet tegen vorst en houden ook niet van tocht. In het voorjaar, zodra de vorst uit de lucht is, worden de slakken teruggezet in de tunnelkas en kan het paringsseizoen beginnen. Ongeveer 500 slakken kunnen er voor zorgen dat de populatie groeit tot wel 40.000 slakken, als ze het maar naar de zin hebben en de omstandigheden ideaal zijn.

De slakken leven onder houten kistjes en eten speciaal voer wat bestaat uit kalk, vitaminen, mineralen en mais. Het heeft veel weg van kippenvoer maar is het zeker niet. Eén keer per dag spuit de slakkenkweekster lauw water over de kistjes en strooit het speciale slakkenvoer door de tunnelkas. Het voer wordt gezamenlijk in België ingekocht met de slakkenkwekerij uit Brabant om de overhead kosten zoveel mogelijk te drukken.

Slakken hebben ook veel natuurlijke vijanden waar de mens waarschijnlijk de grootste van is. Wie wil die vieze glibberige beesten in zijn tuin hebben, ze vreten immers alle planten kaal? Naast aardsvijand de mens zijn er nog vossen, ratten en de muizen. Maar ook ziekten en ongedierte kunnen er voor zorgen dat de slakkenoogst wordt bedreigd, zoals tripsen (Thysanoptera). Die worden dan weer verwijderd met hun natuurlijke vijand, de roofmijt.

Vrijdag 27 juni deel 2

gepubliceerd in Horeca Noord 20e jaargang nummer 3

Geboren schrijfofiel, politiek dier en hobby fotograaf. Auteur van het boek ‘Bevingen’ (2015).
Heeft onder andere geschreven voor Horeca Magazine Noord, Post Online, Regiokrant Groningen en was hoofdredacteur bij de Groninger Krant van 2013 tot 2017.
Is Lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Solve : *
29 − 11 =